10-03-2026

De zoektocht naar je roots

Topchoreograaf Shailesh Bahoran over zijn dansvoorstelling IGNITE

De zoektocht naar je roots

Wat gebeurt er als twee energieën elkaar vinden? Als die wrijving krijgen, tegen elkaar op knallen of door elkaar heen razen, wat ontstaat er dan? 

Utrechts dansgezelschap Illusionary Rockaz Company (IRC) danst na 10 jaar opnieuw IGNITE. Joost Groenteboer ging voor het Dans Magazine in gesprek met maker Shailesh Bahoran over hun nieuwste voorstelling.

De dansvoorstelling IGNITE is op 30 april in Podium Hoge Woerd te zien.

In een eerder interview met Dans Magazine zei je dat je tussen twee werelden leeft.

‘Ik ben in Suriname geboren, maar opgegroeid in Nederland. Dus ja, je skipt gewoon tussen die culturen. Er is hier een heel andere levensstijl, een andere dynamiek dan in Nederland. En ik zeg wel ‘ik ben thuis’, maar tegelijkertijd blijft ik ook wel weer die Hollander die in Suriname ronddwarrelt en zich van alles en nog wat afvraagt: wat voor boom is dit en wat voor vrucht is dat? Waar ik dan gelukkig mijn ouders als een soort Wikipedia-encyclopedie naast me heb staan. 

Met de taal merk je het ook. Ik versta Sarnami, Surinaams-Hindoestaans, ik kan het ook redelijk spreken, maar in de praktijk doe ik het bijna nooit. Als ik met mijn ouders spreek, dan antwoord ik ze voor 90 % in het Nederlands terug. Dus ja, op die manier blijft je toch een soort van tussen twee werelden bezig.’

13508
13508
Het koloniaal verleden en de zoektocht naar je roots is iets wat in al je voorstellingen in meer of mindere mate terugkomt. ‘Als ik met dans bezig ben’, vertelde je, ‘dan bewegen mijn voorouders met me mee’.

‘Hoe leg je dat uit zonder zweverig te worden? Het zit gewoon in mijn DNA, weet je, het zit in mijn spieren. Je draagt in principe de neus van je opa, zoals Sadhguru, een bekende Indiase guru, zegt. Ja, het is míjn lichaam, het is míjn fysiek, het zijn míjn zintuigen en het is míjn bloed, maar hoe dan ook zijn ze beïnvloed door alles wat er voor mij is geweest. Dat is deels zelfs tastbaar en zichtbaar. Als mijn ouders vertellen wie ik ben, kijken de mensen me aan en zeggen: Oh ja, ik zie het aan zijn handen. Of ik zie het aan zijn ogen, ik zie het in zijn blik. 
Dat is één zijde, de andere is meer spiritueel. Een bepaalde dimensie of energie die je met je meedraagt. Als ik het toneel op spring, voel ik me gedragen. Laat ik het zo zeggen, ja.’

Is er een bepaalde aanleiding dat je Ignite na 10 jaar opnieuw opvoert? Voelt het als een jubileum aan?

‘Zeker weten. Zeker weten. Ik heb Ignite destijds onder de vlag van ISH gemaakt. Dat is al één, dat vond ik supermooi. En het was voor mij het begin als nieuwe maker. Vlak erna heb ik met IRC mijn eigen company opgezet.

Van al mijn voorstellingen is het Ignite waarin ik het meeste ben gegroeid. Een stuk dat veelbepalend is geweest voor al mijn werk erna. Belangrijk voor mij zijn de energie en toegankelijkheid die Ignite met zich meedraagt; ik wilde een voorstelling maken die door iedereen ervaren en goed gevonden kon worden.

Een jaar eerder had ik al wel Lalla Rookh gemaakt, een voorstelling over de eerste bootreis vanuit India naar Suriname. Ter awareness van een belangrijke gebeurtenis 

uit de Hindoestaanse geschiedenis. Heel specifiek en uniek. Het had een strikt chronologische opbouw, met allemaal regels en dingen waaraan ik me moest houden om het te laten kloppen. Ignite was wat dat betreft een complete omslag.’

13507
13507
Behalve bij ISH heb je in meerdere voorstellingen van Don’t Hit Mama gedanst. Wat heeft de tijd bij respectievelijk Marco Gerris en Nita Liem voor je betekent? 

‘Wat niet? Bij deze huizen heb ik alle ruimte gekregen om me als maker te ontwikkelen. Al zag ik dat niet gelijk zo. Ik had een groot ego toen ik jong was. Het was meer van: jullie moeten blij zijn dat ik voor jullie werk.

Als ik erop terugblik, vind ik het heel bijzonder dat ze deze koppige jongen met zijn grote mond zoveel vrijheid en luxe hebben gegeven. Dat ze me bij beide companies, bij zowel Don’t Hit Mama als ISH, de ruimte hebben geboden om binnen voorstellingen zelf materiaal aan te leveren. Voor Battleground, een coproductie uit 2011 van IRC met Don’t Hit Mama – het was ons concept maar met hun geld –, zaten we gelijk met de hele crew bij Nita om tafel en mochten we meepraten over de aankleding en de muziek en met welke dansers we wilden werken. Die openheid vind je niet overal. 

Ja, de kansen die ik heb gekregen om echt mijn visie te mogen geven op al het werk dat er werd gecreëerd, hebben me ontzettend verder geholpen. Bij ISH heb ik niet alleen Ignite mogen maken, maar ze hebben me ook enorm ondersteund bij mijn aanvraag voor de Nieuwe makers-regeling van het FPK. Toen werd het ineens serieus. Zo van: nu krijg je een pot met geld die bedoeld is voor jou en jouw ontwikkeling en wat jíj wilt doen en maken. Van A tot Z dus, dat voelde als een heel nieuw hoofdstuk aan.’

Waarover gaat Ignite anno 2026? Is er veel veranderd? 

‘Eén ding is zeker: ik heb een totaal nieuwe cast. Vijf nieuwe dansers on stage. Die hun eigen dynamiek meebrengen en elkaar ook weer moeten vinden. Een nieuwe generatie dansers ook, dat zal al direct de energie compleet veranderen. Hoe gaan deze nieuwe dansers om met het materiaal dat tien jaar geleden is gemaakt? Waar ik in 2016 qua leeftijd nog dicht op de dansers stond, is de gap nu alweer een stuk groter. 

 Ik hoop met die nieuwe dansers wel te ontdekken waar de vernieuwing dan zit.

Met onze muziekproducer Rik Ronner ben ik ook de muziek opnieuw aan het beluisteren. Want de muzieksmaak verandert ook; hoe je ernaar luistert en hoe dat samenhangt met hetgeen er op het toneel gebeurt. Waar ik de muziek al gauw nog steeds prima vind, wil Rik het misschien echt anders doen. Ik sta heel erg open voor hoe hij er nu tegenaan kijkt. En hetzelfde geldt voor het toneelbeeld en het licht. Zelf ben ik dan weer best kritisch over de dans. Dan zie ik delen terug waarvan ik denk: Hmm, had ik tijdsnood? Of vond ik dit nou echt zo krachtig op dat moment?’

13506
13506
Die gap met de dansers, hoe ervaar je die?

‘Laat ik het vanuit verschillende perspectieven bezien. Aan de ene kant denk ik: jullie hebben het makkelijk. Wat bedoel ik daarmee? In verhouding met zoals ik het heb meegemaakt zijn er nu zoveel meer mogelijkheden. Hiphopcultuur en clubstijlen hebben een plek gekregen op zowel de mbo- als hbo-opleidingen, dus de nieuwe generatie dansers kan daarvoor daadwerkelijk een papiertje halen. 

Tijdens de auditie voor een voorstelling die ik in 2027 ga maken, gaven de dansers aan dat ze allemaal meerdere dansstijlen beheersen, hiphop, popping & locking, house, waacking, noem maar op. Dat is heel mooi, maar het betekent ook dat je minder specialisme krijgt, dat ze nergens boven het gemiddelde uitschieten.

Een voordeel weer is dat de nieuwe generatie veel meer knowhow heeft van wat theater is en hoe het werkt. Van wat verschillende codes kunnen zijn in het theaterformat vanuit onze dansstijlen en -culturen. 

De motivatie en discipline, die zijn anders. Ik zeg niet beter of slechter, maar wel anders. En ook de communicatie is anders. Ik moet veel meer letten op mijn taalgebruik en toon. Waar je tien jaar geleden nog veel directer en strikter kon zijn, heb ik het gevoel dat je vandaag de dag iets coulanter moet zijn en meer rekening houden met de dansers en wat ze toestaan.

In het werkproces zijn mijn dansers het allerbelangrijkste. Hun gemoedstand en hoeverre een voorstelling voor hen eigen voelt, is voor mij altijd nummer één geweest. Soms zelfs belangrijker dan wat ik ervan vind. Want zij zijn degenen die uiteindelijk op het toneel staan en een wisselwerking hebben met het publiek. Ik denk dat mijn voelsprieten daar nu nog gevoeliger voor zijn geworden. Hopelijk zal dat voel- en zichtbaar zal zijn in de Ignite die er nu aankomt.’

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen die je in jezelf ziet de laatste tien jaar?

‘Jeetje. Ik ben denk ik ronder geworden, breder georiënteerd. En ook wat zachter. Toen ik Ignite maakte, had ik net mijn kids, die waren toen een en twee. 

Mijn kinderen zitten beiden op het autismespectrum. Dat heeft mij zo ontzettend veranderd. Als maker en als mens, dat vind ik moeilijk van elkaar te onderscheiden; voor mij is dat een soort van één. Ze hebben me zoveel wijsheid gebracht. En geduld. Ik denk dat ik tien jaar geleden veel ongeduldiger was. Gek genoeg ben ik ook minder perfectionistisch geworden. Terwijl vroeger alles echt moest zoals ik dat wilde. Het kon altijd beter, het was nooit goed genoeg.

Het is denk ik een goede switch. Het gaat niet langer om beter, best, perfect. Maar om: dit is wat er nu uitkomt. En dat heeft ook zijn waarde. Dat maakt ook indruk. Dat is ook mooi. 
Ik heb ook meer begrip gekregen voor de wereld en de mensen om mij heen. In plaats van te kijken wat er aan hen ontbreekt. Ik heb in mijn werk altijd willen uitlichten dat anders zijn niet per se iets negatiefs is, maar dat het net zo mooi kan zijn. Maar dat was vooral vanuit mijn eigen ik, terwijl ik de ander ondertussen nog steeds stiekem kritisch bekeek. Dat is nu veel beter met elkaar in balans.’

De dansvoorstelling IGNITE is op 30 april in Podium Hoge Woerd te zien.

13511
13511